zondag 25 september 2011

'Wandelen'

Zondag 25 september                                
Monodendrio

Vannacht werden we regelmatig wakker van het heen en weer geblaf van de vele zwerfhonden. Nou snappen we wel waarom die beesten overdag lui langs de weg liggen. Die hebben de pijp leeg.
We waren van plan vroeg op te staan om (een deel van) de Vikoskloof te lopen, echter hebben we de wekker niet op sluimer gezet maar meteen definitief uitgedrukt, nadat we wel eerst nog ...
enkele foto's hebben gemaakt van de opkomende zon. 
Dus zijn we pas weer rond kwart voor negen wakker. Staan net goed en wel het koffiewater en de eitjes op (zondag, dus gekookte eitjes), of ik kan gelijk aan de bak want de camper moet verplaatst worden.
Weten jullie nog dat we onze twijfels hadden om tegenover de bergoprit te staan? Nu staan er dus 5 bussen voor onze neus die allemaal moeten keren. Da’s dus effe snel handelen. Stoel omdraaien, checken of alles goed vast staat binnen, vuur onder de eitjes en het water uit, de camper van de blokken laten rijden en een 30 meter achteruit de weg op. Gelukkig maken de buschauffeurs geen haast en geven ze ons de tijd.
Omdat ondertussen onze Duitse achterburen verdwenen zijn met hun camper kunnen wij de onze op hun plek zetten als de bussen gedraaid zijn.

Daar staat hij goed voor de rest van de dag.
De bussen parkeren een stukje naar beneden aan de rand van het dorp. Waarschijnlijk hebben ze een horde toeristen afgeleverd die de kloof gaan lopen of het klooster bezoeken.

Wij vervolgen het ontbijten. Daarna komen de stevige wandelspullen voor de dag. Bergschoenen, wandelsokken, onze NorthFace jassen, een goed stuk klimtouw, extra shirt met lange mouwen, boterhammen, een paar flessen drinken, en de rugzakken uiteraard. Tja, je weet maar nooit natuurlijk wat je tegenkomt. De Vikoskloof is per slot van rekening de diepste kloof ter wereld. Negenhonderd meter.
Oh ja, we zouden nog vergeten te noemen een survivalmes en pepperspray. Ja, lach maar, er zitten in dit gebied wel beren en wolven!
Later in het verhaal zal blijken dat het geen flauwekul was… (ja, spannend hé?).

Bepakt en bezakt wandelen we naar het dorp en van daar gaat een ezelspad richting kloof en klooster. Het ezelspad herken je aan de flagstones die er op hun kant in staan, zodat ezels goed grip hebben. Waarschijnlijk ook de kruiwagens en de schoenen van de bouwvakkers want er wordt hier op zondag gewoon gewerkt. We zien een jongeman met een kruiwagen in de weer op het steile pad. Hij zal wel onderaan de pikorde staan en het zwaarste werk moeten doen.

We lopen een flink steil pad naar beneden. We denken dat het naar de kloof leidt, echter komen we na 10 minuten bij een klein klooster uit. Dat wordt dus terug lopen. Bergop. Het zal een goede warming up blijken te zijn. Later pas kwamen we erachter dat er vanaf dit klooster een spectaculair wandelpad langs de bergwand naar een schuilgrot blijkt te zijn. Mocht je dus ooit hier komen let er dan op.
Dan begint de afdaling naar de kloof. In het begin zeggen we nog ‘een fluitje van een cent vergeleken met bijvoorbeeld de wandeling naar de Preekstoel in Noorwegen’. We zullen onze mening na goed een half uur bijstellen. Vooral ook omdat het pad op plekken glibberig is en behoorlijk steil naar beneden gaat. Een aardige belasting voor de knieën en de spieren in de bovenbenen. Af is altijd belastender dan op, dat wisten we al. Toch moeten we er nog niet aan denken om straks dit pad weer op te moeten.
Het zal bijna anderhalf uur gaan duren voordat we onderin de kloof zijn. Hoewel we eigenlijk ook niet echt onderin de overwegend droge rivierbedding terechtkomen. We zitten er steeds een meter of tien boven. Doen we iets verkeerd? Na twee en een half uur, vele slokken drinken, en een aantal keren de schoenen opnieuw gestrikt te hebben besluiten we om terug te gaan naar Monodendrion. Het is goed warm en we moeten nog een aantal uren. Net als we omdraaien…….een beer voor onze neus!!
Nee grapje. Zover is het nog niet.

Dan na een half uur teruglopen, zien we een opening naar beneden naar de rivierbedding. Pas dan staan we voor het eerst echt onderin de diepste kloof ter wereld. Nou was het hier sowieso al indrukwekkend, maar zo onderin is het helemaal overweldigend.
Als we zo wat staan te fotograferen bij wat water onder in de bedding komen er een man en een vrouw aangelopen die ik aanzie voor de Duitsers die de afgelopen nacht met hun camper achter die van ons stonden. Als ik dan vraag ‘Wo wart Ihr dan auf einmal geblieben heutemorgen?’, krijgen we een antwoord in het Duits terug met een toch wel erg opvallend Nederlands accent. Dan blijkt dit een heel ander stel te zijn. Dit zijn Nederlanders. Zij zijn een heel stuk kloof doorgewandeld en wijzen ons een alternatieve route terug helemaal door de rivierbedding.
Wij wijzen ze dan weer op onze beurt het pad wat naar Monodendrio voert.

We moeten wandelen tot we de oude stenen boogbrug zien. Vandaar leidt dan weer een ezelspad naar het dorpje Vitsa. Het pad heet de Vitsasteps. Logisch.
De wandeling door de rivierbedding is niet echt wat je een wandeling kunt noemen. Het gaat over stenen en keien die langzamerhand het formaat aan nemen van 2 maal manshoog. We moeten er overheen, langsom en soms zelfs onderdoor. Zorg dus absoluut voor goed schoeisel hier! En voor genoeg drinken. Het is vandaag 30 graden, en we moeten er toch niet aan denken de (gehele) kloof te lopen midzomer bij 40 graden.



Na zo’n twee en een half uur ‘gewandel’ zien we de stenen brug. Bóven ons. Dus klauteren we een stukje tegen de bergwand omhoog tot we op de brug komen. Daar zien we een bordje ‘Vitsa Steps’. Nou hoef je je borst niet nat te maken, want die wórdt wel nat. Drie kwartier gaat het constant vrij steil omhoog. De vele krokusjes langs het pad zien er frisser en vrolijker uit dan wij op het laatst.
We krijgen respect voor de Grieken die deze paden hebben aangelegd. We praten wel eens gekscherend over het trage werktempo wat we zo af en toe zien hier in Griekenland, maar petje af voor dit soort dingen!

Onze pijpen beginnen redelijk leeg te raken en we maken graag gebruik van de beschuttende koelte van een heel klein kapelletje halverwege de route.

Bijna aan het einde van de route komen we een Duits stel voorbij wat op een muurtje zit te rusten. Deze mensen kwamen we ergens in het begin van onze wandeling al tegen, en samen met het Nederlandse stel zijn het de enige vier mensen die we de hele wandeling gezien hebben.
De Duitsers vinden dat wij er ook wel aardig erschöpft aussehen, en komen achter ons aangelopen. De man blijkt zeer geïnteresseerd te zijn in natuur en dieren en roept ons op een gegeven moment terug. ‘Kuck mal hier, Berenscheise’!. Shit....., hier blijken op het pad twee hopen stront te liggen van beren. De Duitser legt uit waaraan hij kan zien dat de stront van beren afkomstig is. Dat blijkt uit de vorm, de hoeveelheid en vooral aan de pitten van een soort pruimen die in de uitwerpselen zitten. Die pruimen/grote bessen groeien hier volop in de omgeving. De stront blijkt ongeveer drie dagen uit te zijn.
Oh jee, ik houd mijn hand al op de pepperspray!
Dan een meter of tien verderop lopen we langs een vergelijkbare hoop stront die echter nog glanst. Da’s pas echte vette shit! En vooral vèrse shit. De beer is hier nog niet zo lang geleden geweest. Gelukkig zijn we vlakbij het dorp Vitsa.
Tijdens het laatste stukje wandelen legt de Duitser nog uit wat je moet doen als je een beer tegenkomt. Als een beer vriendelijk is kun je het beste voorover op de grond gaan liggen, met de handen in je nek gevouwen. Dat is dan een teken van overgave, en er is een grote kans dat de beer je met rust laat.
Als de beer niet vriendelijk gezind is kun je beste maar maken dat je wegkomt. Op onze vraag hoe je dan kunt zien in wat voor een gemoedsstemming de beer is, vertelt de Duitser dat hij daar ook over nagedacht heeft maar daar nog niet achter is…

We komen aan op het sfeervolle dorpsplein van Vitsa. Een reusachtige boom vormt met zijn takken als een soort octopus een schaduwdak over het enorme terras. Zoals in vele Griekse dorpen is hier ook een bron met heerlijk koel water. Eerst maar eens de polsen , het hoofd en de nek afkoelen.

Dan settelen we ons op het terras voor een cola. We eten er de laatste boterhammen bij uit onze rugzak.
Even later zien we het Nederlandse stel aan komen lopen die we in de kloof ontmoet hebben. Ze komen bij ons zitten en het blijkt een hele aardige ontmoeting te worden. Het zijn Dries en Hetty, twee friezen die al vanaf hun 19e bij elkaar zijn. Twee zeilfanaten die voor een trip van bijna een jaar onderweg zijn. Hun zeilboot ligt op dit moment in de straat van Korinthië en ze zijn met een huurauto even het binnenland ingedoken. Óndergedoken zitten ze nu in het pension hier aan het pleintje. Het wordt nog heel gezellig en helaas zitten we een beetje tegen zonsondergang een te hikken. We moeten nog een half uur naar Monodendrio lopen en als de zon eenmaal onder is wordt het donker voor je het weet.
Dit weerhoudt ons echter niet om een kan witte wijn te bestellen want we vinden het alle vier een beetje zonde om nu al uit elkaar te gaan.

Ondanks dat we niet van elkaar weten wat we nu voor werk doen – want dat behoort toch wel tot de top-drie-vragenlijst als vreemden elkaar ontmoeten – hebben we denk ik toch wel een klik, en vinden we het alle vier jammer dat we toch moeten gaan lopen. Zoenend nemen we afscheid.
De goede zaklamp zullen we ook nog nodig blijken te hebben want al snel is het pikkedonker. Als we van alles om ons heen in de struiken horen menen we overal beren op de weg te zien.

Veilig komen we ongeveer 20:00 uur bij onze camper aan. We zijn aardig naar de kl… van de hele dag. Snel de boiler aan, een kleinigheidje eten, veel drinken (fris en water), lekker warm douchen, en dan naar bed.
Het was me het dagje weer wel.


Monodendrio
KM 49.490 km  
N 39.88338  E 20.74355


mm2greece2011 weergeven op een grotere kaart

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen