woensdag 5 oktober 2011

geloof het of niet

Woensdag 5 oktober  
Ontwaken in Potos
KM 50195

Twee dagen hebben we op deze mooie plek gestaan. We vertrekken rond 10:00 uur voor het vervolg van onze ronde over Thassos. In een supermarkt scoren we een psomi.

Het is een prachtige kustweg die we volgen. Ondanks het late jaargetijde en een zeer hete en droge zomer die het eiland achter de rug heeft vinden we het nog verrassend groen. Herhaaldelijk zien we pláátjes van baaien liggen. De meeste daarvan zijn onbereikbaar, tenzij je een goede fourwheel drive hebt.
Die hebben wij niet, maar ...
dat is wel onze droom op campergebied. Gewoon die weg of dat pad kunnen nemen die je met een normale auto – laat staan een camper – niet kunt nemen.
Zo zien wij nu een prachtige baai, helemaal verlaten. Er gaat een weg naartoe, want we zien ook een paar studio’s in aanbouw. Vooraan de afrit stoppen we. Het begin ziet er goed uit. Maar omdat de weg nogal stijl naar beneden gaat probeert Monique eerst te voet waar en hoe de weg naar leidt.
Na 5 minuten is ze terug. ‘Niet doen denk ik’ vertelt ze me. Wetende dat k er nog voorzichtiger mee ben dan Monique doen we hem dus inderdaad maar niet.

We passeren een klooster aan de rechterkant van onze weg. Omdat we al vanaf ons vertrek uit Potos speuren naar een kraan langs de weg om onze watertank te vullen zien we hier een mogelijkheid. Inderdaad is er een kraan maar nogal ongelukkig gesitueerd en met een klein straaltje.

Eigenlijk zijn we niet meer zo van de kloosters. Misschien hebben we er teveel gezien. Toch hebben we nu zoiets van ‘ach, het is al zo lang geleden, laten we toch maar eens iets toeristisch doen. Want dat het een toeristen-trekker is blijkt wel uit het flinke aantal huurauto’s, dat op de P staat.

Bij de ingang aangekomen van Archagelos Monastry (N 40.59779 E 24.70090) zien we al een groot bord bij de toegangsdeur met daarop vele van die vierkante roodomrande pictogrammen met een schuine rode streep erdoor.
Het betreft afbeeldingen van zo’n beetje alle dingen die God verboden heeft: fotograferen, filmen, honden, katten, mannen in korte broek, vrouwen in broek, roken, eten, enz.
Dat begint goed, We hebben er nu al geen zin meer in. We doen een poging met de kledij die we vanochtend hebben aangetrokken:
Monique draagt een driekwart broek met daarop een T-shirt met gemiddeld decolleté, beslist niet het type muntenautomaat. Ze heeft speciaal voor de ingewijde bewoners van het kloosters een sjaal omgehangen die haar schouders bedekt.
Ik draag een broek tot net onder de knie en een T-shirt.

Door de kleine toegangsdeur naar binnenstappend stuiten we vrijwel onmiddellijk op een dame die zich zo te zien wél aan de hier geldende kledingvoorschriften heeft gehouden. Diverse shirts en truien en een van bijna teen tot bijna top bedekkende rok draagt zij.
Ik zeg al ‘dat gaat ‘m niet worden Monique’ en Monique zegt bijna tegelijkertijd ‘Ik doe dat niet aan hoor, Michel ‘, als de dame ons een aantal ondefinieerbare kledingstukken aanreikt die zij uit een soort van uit de rots gehouwen boetiek tevoorschijn tovert.

De rok: een lap van ongeveer 1 bij 2 meter. Die 1 meter betreft de lengte. De 2 meter gaan op in de omtrek. Gelukkig zit er bovenin een elastiek doorheen geregen.
De broek: men neme de rok. In het midden 2 naden stikken, evenwijdig 2 cm van elkaar tot bijna bovenaan. Daarna tussen de 2 naden openknippen = de broek.
Dan is er nog de sjaal. Dat zijn de misgeknipte broeken.

Nou hebben we dat spul vroeger nog wel eens aangetrokken tijdens bezichtigingen. Het leverde altijd uitslag op. Nee, nou overdrijven we natuurlijk een beetje, maar het idee dat in deze kledingstukken het DNA en kruisluis van half Europa kan zitten spreekt ons niet zo aan.

Wij terug naar de camper. We maken wel een keuze uit onze eigen garderobe. Fijn als je je hele appartement bij je hebt.
Monique trekt een leuk jurkje aan (want een broek mag dus niet) met daarop dan ook nog haar eigen sjaal. Ik trek i.p.v. de korte broek een lange jeans aan.
We gaan opnieuw naar binnen. De dame kijkt ons aan en zegt ‘Nè’.
De oplettende lezers weten ondertussen dat dit ‘ja’ betekent.

Het klooster: we schatten dat het slechts enkele jaren (be)staat. Slechts enkele delen van het klooster zijn toegankelijk voor het publiek. Voor de meeste gebouwen staan verbodsborden. ‘No entrance behind this sign’ en ‘Taking pictures or videofilms not allowed’ staan all over the place.
Een kleine kapelachtige ruimte is wel opengesteld. Niks bijzonders. In een soort portiekje daarvóór kun je een kaarsje kopen en opsteken. Kaarsen met lonten waarvan het vuur alle kanten op knettert.
Ja, jullie proeven het al. We zitten er niet zo lekker in hier.

Uiteraard probeer ik enkele foto’s te maken. Ja, wees eens eerlijk, wie zou het niet proberen? Ik heb alle geluidjes van de digitale camera’s uitgeschakeld en kan o.a. een leuke shot maken van Monique in een huiskamer van de nonnen. Als ik hetzelfde wil proberen in de kapel voel ik toch een soort van onheil boven me hangen. Zogenaamd geïnteresseerd  om me heen kijkend naar de diverse fresco’s, iconen en schilderijen in de kapel zie ik in het portaaltje een non zitten die me over haar boek heen slinks lijkt te volgen.
Ze zit er alsof ze al sinds de totstandkoming van het klooster zit. Haar grauwe gezicht gaat bijna geheel op in haar even grauwe gewaad wat weer opgaat in de donkere stenen wand achter haar. Haar ogen spuwen echter een soort van vuur. Omdat ik vermoed dat het hier geen typische vrouwelijke belangstelling voor mij betreft laat ik de kleine camera maar in mijn broekzak en de grote netjes opgeborgen in de schoudertas.

Naar buiten. Daar maken we toch maar (stiekem) enkele foto’s.
Een winkeltje. Dat hebben ze ook. Iedereen zal zich wel een beetje kunnen voorstellen welke artikelen er verkocht worden. Kruisjes, nog meer kruisjes, foto’s van fresco’s, schilderijtjes, wierookpotjes, sieradenkistjes, allerlei kerkelijke boeken, kettingen (met kruisjes), ansichtkaarten, nou ja bedenk het maar.
Wat me altijd opvalt aan de afgebeelde figuren op fresco’s, iconen en schilderijen in de kerken is dat alle afgebeelde figuren zo chagrijnig en boos als wat kijken. Hebben jullie daar wel eens opgelet? Moet je eens doen. Allerlei hemelse figuren die alleen maar depressief op de mensen neerkijken. Geen wonder dat die verkoop-non die hier het winkeltje drijft dezelfde blik heeft. Daar wordt je toch niet vrolijk van?
Even grauw als de vorige non gunt ze ons amper een blik waardig. En als ze enkele keren vanachter haar toonbank achter Monique langs loopt omdat ze een artikel in de schappen moet leggen, hoor ik haar op dat moment steeds opnieuw iets prevelen.

Het zou me niets verbazen als ze iets prevelt in de zin van ‘Oh Heer, vergeef het haar, dat ze zich zo mooi heeft opgemaakt, dat ze dit leuke zomerse jurkje draagt, dat je net de bovenkant van haar ontluikende borstjes kunt zien. Ze kan er ook niets aan doen want ze weet niet beter’.

Ja, beste mensen, ik word hier echt niet blij van. Ik vraag me af of het wel de bedoeling is van God dat mannen en vrouwen zich zo afzonderen en zich alleen maar ten dienste stellen van Hem. Zouden ze niet beter en zinniger werk kunnen doen dan hier de hele dag bidden, chagrijnig zitten doen, bijna denigrerende blikken werpen naar de toeristen, en weet ik wat ze nog meer doen? (of niet).

Enneh… ik ben niet ongelovig, ik ben geen heiden, ik ben toevallig Katholiek (rooms nog wel), heb de Heilige Communie gedaan, het Vormsel, en wat is er nog meer, maar ik geloof niet zo in dit gedoe.
Ik ben zelfs een voorstander van de Tien Geboden, hoewel ik ze eerder De Tien Richtlijnen zou noemen, want ge- en verboden hebben we al genoeg.
Als iedereen zich daar iets meer op zou richten en de gedachtegang en handelingen van Jezus Christus als voorbeeld zou nemen, zou de wereld er waarschijnlijk wat beter uitzien. Want in het hebben bestaan van Jezus geloof ik wel, maar dan wel als sterfelijk persoon.

Maar het hele gedoe van de kerk erom heen zie ik niet zo zitten. Als er nog een God bestaat denk ik dat hij sinds Jezus al op non-actief staat, gezien de ellende die er op de wereld bestaat. Hele volkeren die de hongerdood stierven en sterven, die uitgemoord werden en worden, mensen die getroffen worden door meerdere enge ziektes. Nou ja, we weten het allemaal wel wat mensen kan overkomen. En dan door de kerk soms nog aangepraat krijgen dat ze het zelf veroorzaakt hebben. Ik heb in mijn leven tot nu toe aardig wat dingen gezien op mijn vaste mening te hebben dat God op zijn minst slaapt.

Maar even terug naar het begin van dit verhaal. Ik kan me niet voorstellen dat Onze Lieve Heer Mijn Lieve Monique niet zou willen zien met een broek aan. En een mouwloos T-shirt. Ik neem aan dat Jezus ook in de blote kont geboren is en naakt in bad ging. Wij zijn allemaal kinderen van God heb ik ooit geleerd tijdens de godsdienstles.

Genoeg hierover. Velen denken hier verschillend over. En ik ben ook niet heilig. En dat geeft ook niet, want heiligen zijn ook niet heilig is in de geschiedenis wel gebleken.
Bij het verlaten van het klooster gunt de medewerkster ven de boetiek met de drie verschillende artikelen ons nog geen blik waardig. Ze draait zelfs haar rug naar ons toe. Oh Heer, wat hebben wij in hun ogen toch verkeerd gedaan?
Voor ons voorlopig geen kloosters meer.

Verder op zoek naar een volgende mooie plek. Vanuit het klooster hebben we trouwens nog een blik kunnen werpen op die prachtige baai die we al eerder vandaag beschreven. Héél jammer dat we er niet kunnen komen.
Na ongeveer 15 minuten rijden op deze mooie kustweg zien we vanuit de hoogte rechts voor ons ook een mooie verlaten baai. Aangekomen bij de zijweg die hoogst waarschijnlijk naar het strand leidt durven we het deze keer wel aan om er met de camper in te rijden. Even een klein steil stukje maar de goede asfaltweg brengt ons inderdaad op een stuk grasveld aan het zandstrand gelegen.
We staan voor een perceel wat in het hoogseizoen vermoedelijk een simpel cafetaria is geweest. Ietsje verderop twee met simpel gaas omheinde percelen waarop eenvoudige Griekse huisjes staan. Ze zien er onbewoond uit.

Een mooie plek waar we ons nestelen voor de rest van de dag en de nacht.
Het water is hier zoals tot nu toe overal op Thassos bijzonder helder. In het midden van de baai moet je het eerste deel eerst over een paar meter kiezels waden voordat de bodem een zandbodem wordt, maar rechts en links in de baai is het puur zand.
Met mijn zomerwetsuit aan en de snorkel en zwemvliezen in de hand loop ik naar links. Daar langs de rotsen zwemmen wel duizenden visjes. Als ik eenmaal in het water zit om de zwemvliezen aan te trekken wordt ik compleet omsingeld. Ik roep Monique. Nou is zij helemaal niet zo van de vissen - ze schrikt al als een goudvis ‘blubt’ in een kom – maar dit vindt ze wel mooi. Op een veilige afstand van een halve meter van de waterlijn dan.
Terwijl ik een uurtje ga snorkelen vult Monique het restant van de middag met lezen.
Het is prachtig snorkelen dicht langs de rotswand. Ik word onmiddellijk opgenomen in “de-gemeenschap-van-de-ontelbare-kleine-visjes-van-een-centimeter-of-tien” en enkele grotere vissen. Na even rondgedreven te hebben krijg ik hetzelfde onheilspelbare gevoel als bij de non van vanmiddag. Ik zie al snel waar het vandaan komt: vanonder een grote steen van een meter doorsnee kijken twee zwarte ogen me aan. De eerste octopus van vanmiddag. Wel een flinke. Hij neemt echter snel de benen, eh.. armen. Zou ik ook doen als ik dat snorkelhoofd van mezelf even later terug zie op de foto’s die Monique van me geschoten heeft.
Een paar uren later, beiden schoon, proper en fris middels onze buitendouche, en onze bloedvaten verwijd door de ouzo, zetten we ons aan het bereiden van de maaltijd. Een pasta met meloen als nagerecht.
De koffietijd wordt gevuld met koffie en een likeurtje.
Dat was het wel voor vandaag.

Overnachten ergens voor Aliki
KM 50232
N 40.60594 E 24.72143

mm2greece2011 weergeven op een grotere kaart

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen