donderdag 6 oktober 2011

fietsen enzo

Donderdag 6 oktober 
Ontwaken ergens voor Aliki
KM 50232

Oh, het is zo mooi hier en zo lekker rustig dat we nog maar een dag blijven. Er is geen bakker in de buurt dus bakken we wat afbakbroodjes uit onze voorraad.
Omdat we de afgelopen dagen weinig sportiefs hebben gedaan behalve wat poedelen en snorkelen in de zee nemen pakken we de mountainbikes maar van de fietsendrager. Om te fietsen natuurlijk.
We willen met de fiets een eind terug naar het mooie strand waar we gisteren niet konden komen met de camper. Dat was gisteren net vóór het klooster, en nu dus net voorbij het klooster. Een pittig tochtje. Niet zo heel lang, maar het eerste halfuur bijna continu 10% omhoog. De fietsen moeten soms zelfs op het kleine blad vóór en het bijna grootste áchter.
En bij 30 graden is dat weer effe wennen.
Vanaf het klooster gaat...
het bergaf. Bij een snelheid van 45 km per uur knijpen we af en toe toch maar in de remmen. De noppen van de grove profielbanden vliegen bijna in het rond, en je weet ook maar nooit wat er hier oversteekt.

Met deze fietsen durven we de weg naar de bewuste baai wel te nemen.
Het eerste stukje asfalt gaat vrij steil (naar beneden uiteraard) en we moeten het zadel van de fietsen goed ingeklemd houden, zo hobbelt het.
Dan na 100 meter verandert het wegdek van beton tot een mix van grote en kleine keien, vast aangereden modder en af en toe weer een metertje beton. Het gaat een honderd meter op en vooral af, maar de laatste tweehonderd meter is het redelijk vlak en komen we in een enorme baai uit. Met zandstrand van links naar rechts ingeklemd tussen bijna prehistorisch aandoende rotsen en grotten. En plenty of plek voor campers. Zowaar een douche is aanwezig. Er lijkt ook iets van een taverne te hebben gestaan, maar die heeft zijn seizoen al gehad.
Oh, wat is dit een mooie camperplek! Maar kunnen we er komen met de camper? Er staan per slot van rekening ook enkele tussen de olijfbomen verscholen woningen. En er zijn wat studio’s in aanbouw tegen de bergwand. Maar die bewoners en bouwvakkers komen natuurlijk allemaal met 4-wheel drives en vrachtauto’s. 4-wheel drives zijn hier echt het favoriete vervoermiddel. En we kunnen ons wel voorstellen waarom.

Als we het pad terugfietsen letten we heel bewust op of wij het met onze camper kunnen doen. Monique zegt van niet. Ik denk dat het met heel veel beleid en dosering met een 6 meter camper te doen moet zijn. Zet alles wel goed vast want het hobbelt!
Met een camper langer dan zes meter heb je waarschijnlijk een te lange oversteek achter de achteras om de kuilen te nemen.
Met een 4-wheel drive camper heb je één van de mooiste camperplekken.
OK, waar is die plek dan? Sommige plekken houden we wel eens voor onszelf maar deze mag je gerust weten.
In het voor- en naseizoen zijn er toch slechts enkele campers op Thassos. En in het hoogseizoen is het eiland vermoedelijk veel te toeristisch en niet geschikt voor vrij kamperen. De coördinaten: N 40 35.885 E 24 41.517
Eenmaal terug op de rondweg van het eiland moeten we weer 10 procenten omhoog. Zo krijgen we onze portie sport wel binnen vandaag. We komen weer langs het bewuste klooster. We zien nu pas goed dat bij dit grote en vrij nieuwe complex nog veel meer gebouwd gaat worden. Bouwvakkers zijn bezig met muren op te zetten van met de hand uitgehakte stenen. Over een lengte van een paar honderd meter gaat het kloosterterrein nog verder. Waar de bouwvakkers aan het werk zijn staat een grote poort open. We kijken nieuwsgierig even een paar meter binnen de poort, maar meteen roepen een paar mannen van alles in het Grieks op een niet prettige toon, en wijzen streng naar ergens aan de voorkant van het klooster. De hoofdingang natuurlijk. Jeetje, die gasten zijn al net zo chagrijnig als die nonnen van gisteren. Wat een negatieve energie zeg. Gatver.

Als we op de fiets stappen en onze weg vervolgen naar onze camper zien we aan de linkerkant van de weg over een lengte van honderden meters een soort aangelegde terassencamping. Zonder kampeermiddelen echter. En dat gaat tegen de berg op zover wij kunnen zien. Etages met muurtjes van dezelfde stenen als het klooster. Vol met olijfbomen omcirkeld door enkele opgemetselde lagen stenen. Als wij dan aan de rand van de weg een heel groot dubbel ijzeren hek zien met stalen kruizen in het midden en borden ‘Private Property’ begrijpen we dat dit ook van het klooster moet zijn.
Daar moet toch wel héél erg veel geld zitten en/of naartoe gaan.
Maar laten we het daar maar niet meer over hebben.

Met de fietsen weer lekker bergaf naar de camper. Maar goed dat we af en toe uit voorzorg de boel afremmen want opeens springt er een geit van rechts de weg op, ongeveer 10 meter voor Monique. Ze kan net op tijd remmen.
Lekker uitgewaaid komen we even later aan bij onze camper.

Even wat eten en dan de zee in. Ik ben lekker aan het snorkelen als er een typische Griekse vissersboot de baai in komt varen. Je weet wel, zo’n fotogeniek wit/blauw geval met allerlei gekleurde attributen aan boord.
Ze komen steeds dichterbij mij en ik besluit maar om naar het strand te zwemmen voordat ze denken een zeldzaam zeeschepsel te kunnen vangen.

Achteraf gezien zou ze dat niet gelukt zijn, tenzij met een schepnet, want ze komen hier om hun netten uit de knoop te halen. We hebben er geen verstand van maar het lijkt goed fout. Vier grote gebruinde Grieken in visbroeken tot onder hun oksels en met ronde hoofddeksels zullen er met zijn vieren een paar uur mee bezig zijn. Dan tjoekt het hele spul de baai weer uit.

Ondertussen hebben we trouwens ook gezelschap gekregen van een Duitse camper met Duitse bemanning die we vanochtend bij het klooster al zagen staan.



Het avondritueel is niet spectaculair. Na het douchen grillen we wat typische Griekse worsten. Een mix van lams- en rundvlees. Welke delen van de dieren gebruikt zijn kunnen we niet ontcijferen op de verpakking. Misschien is in dit geval ons Grieks gelukkig te slecht. Ze smaken ons echter wel prima, zeker in combinatie met de ook gegrilde in langwerpige plakken gesneden aardappel, die eerst in een badje hebben gelegen van olijfolie en wat zout en basilicum. Daarbij eten we Chinese sperzieboontjes.

Tijdens het eten van dit internationale gerecht komt er een oud Mercedes busje voor ons staan met een grote rubberboot op het dak.
Twee Griekse jongens komen uit de bus. ‘Die gaan vannacht vissen’ zeggen we.
Als je zo als wij meestal met de camper vlakbij zee staan, kun je goed de kleine motorbootjes van de Grieken horen die de hele nacht doorvissen. Er wordt ook veel met kleine roeibootjes gevist. Die hoor je niet maar je ziet ze wel, met hun grote schijnwerpers voorop de boot in het water gericht.

Deze jongens hier slepen hun boot naar het strand en prepareren hem voor de vaart. Er komt een buitenboordmotor aan te hangen, een accu erin, de brandstoftank, allerlei kisten en kratten en dingen die we niet thuis kunnen brengen.
Vervolgens gaan de jongens naast hun bus aan een tafeltje wat zitten prutsen. Monique gaat als eerste eens kijken want die is toch wel heel erg benieuwd wat daar allemaal gebeurt. De jongens groeten vriendelijk en kunnen redelijk Engels. Even later kom ik er ook bij en zie dat ze het aas aan hun vistuig bevestigen. Zoals zij het doen hebben we nog nooit gezien. Maar wij zijn dan ook niet zo van de vis.

Eén van de jongens heeft een soort grote emmer voor zich. Daarin ligt opgerold nylon visdraad. De draad wikkelt hij om de rand van de ton. Hij prikt steeds een hele kleine kreeftsoort (denken we) aan een haakje en hangt dat aan de rand van de ton. Dan maakt hij een inkeping een centimeter of twee naast het haakje en schuift daar het volgende stukje draad mét haakje mét aas aan. Zo moet hij de hele ton rond. Honderdvijftig aasjes per tonnetje. En ze hebben drie tonnetjes. Die zijn dus wel even bezig.
Deze jongens doen dat één keer per week en vangen ongeveer 30 tot 40 vissen per tonnetje.

We babbelen nog wat met deze vriendelijke jongens over van alles en nog wat. De onderwerpen variëren van shag tot het aantal toegestane weedplanten in Nederland en Griekenland tot dolfijnen… Ja, ergens missen we een bruggetje.
Er blijken hier volop dolfijnen te zien. De jongens zien ze heel vaak tijdens het vissen. Omdat we weten dat ze aan de zuidkant van Thassos zwemmen – waar wij nu zitten - roepen we al dagenlang ‘Flipper! Flipper!’ echter zonder resultaat.

We laten de jongens maar verder werken en wachten niet af tot ze het water op gaan. Dat duurt nog wel even.
Als het al op zijn minst 2 uren donker is vaart één van de jongens uit en de ander vertrekt met zijn busje.
Rond elf uur klimmen wij het bed in.

Overnachten ergens voor Aliki
KM 50232
N 40.60594 E 24.72143

mm2greece2011 weergeven op een grotere kaart

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen