maandag 10 oktober 2011

'The best'

Maandag 10 oktober
Ontwaken in haven Pydna
KM 50575

Met miezerregen gingen we slapen, met miezer werden we wakker in het kleine haventje van Pydna, en met miezer vertrekken we om 09:15 uur met een bak koffie achter de rug. Het was een prima slaapplek, niet meer dan dat.

We tanken net buiten Pydna diesel á € 1,42 per liter.
In Katerini doen we boodschappen bij de Lidl. Dat vinden we gewoon een handige winkel waar ze alles hebben wat wij nodig hebben. Plus deze winkels zijn...
in Griekenland bijna altijd aan een goede doorgaande weg gelegen zodat je niet vast komt te zitten in een onmogelijke straat. De parkeergelegenheid is altijd voldoende.
Na de boodschappen rijden we in Kalivia naar een mooi lang en breed zandstrand voor een verlaat ontbijt.
Het barst hier van de campings. Op enkele wegsplitsingen net voor het strand wemelt het van de reclameborden voor vele campings. We vermoeden dat je hier niet vrij kunt staan tijdens het campingseizoen…
   
Voordat we goed en wel stilstaan hebben we al bezoek van twee zwerfhonden. Twee heel verschillende types. Tot welk ras hun voorvaderen en voormoederen behoren is niet te herkennen. Een geit zou zo maar één van de verwekkers kunnen zijn.
De honden kunnen het samen hartstikke goed vinden. Als we ze eenmaal een stuk brood hebben gegeven vinden ze daarmee blijkbaar gelijk een tijdelijke thuishaven. Ze nestelen zich opgerold tegen een van onze achterwielen.



Eén van de dingen die we deze vakantie toch wel willen doen is de berg Olympus bewandelen. De hoogste berg van Griekenland met zijn 2917 meter. Dat is ons volgende reisdoel. Echter de regen lijkt ons plan in het water te doen vallen. We rijden eerst maar eens naar Lithohoro, de start van een aantal wandelroutes naar en op de berg.
In het Oostenrijks bergdorp aandoende dorp miezert het nog steeds.
Vanuit onze camper gezien is er niet veel te beleven. Afgezien van een hond die voor de ingang van een sanitair winkel ligt te wachten, schijnbaar op toestemming om daar het toilet te mogen gebruiken, heerst er hier het gebruikelijke straatbeeld.
Volgens de weersverwachting is het weer van morgen onzeker. Daarmee laten we ons wandelplan vervallen, en gaan we naar ons volgende doel: de Meteora kloosters bij de plaats Kalambaka.

Lithohoro uitrijdend richting Plaka is er aan de linkerkant van de weg een tankstation van BP Ultimate (geelgroen bord), dat te zien aan de enorme variatie en hoeveelheid gasflessen die buiten staat, die dingen verkoopt en misschien ook wel vult. Wij draaien nog steeds op onze eerste gasfles van 11 kg. We redden het met onze gasvoorraad dus wel gezien we nóg een fles bij ons hebben waar nog 8 kg in zit.

Als we in onze navigatie bestemming Kalambaka ingeven, wijzen zowel de TomTom als de iGo ons een weg door de bergen die onder meer door de dorpen Karia en Kriovrisi leidt.
Gezien de enorme hoeveelheid haarspeldbochten en het hellingspercentage van sommige stukken draaien we na 5 minuten toch maar om. De reden is het natte weer. De wegen zijn hier na een lange periode van droogte spiegelglad bij regen. We weten van vergelijkbare situaties dat de voorwielaandrijving soms de grootste moeite heeft om de camper slipvrij door de 180 graden bochten en meer dan 10 % omhoog te krijgen. Omdat het weer onzeker blijft nemen we daarom toch maar de tolweg E75 en onderlangs Larissa de E92.
Over tol betalen hebben we het in deze blog al vaker gehad. Nogmaals, wij vinden dat we in Nederland de beste wegen van Europa hebben. Daar betalen we ook een behoorlijke dosis wegenbelasting voor. Waarom moeten wij in veel Europese landen wel tol betalen, en de buitenlandse reizigers in Nederland niet?

Wij moeten nu hier op deze bij vlagen ronduit kloteweg met gaten, rommel, onoverzichtelijke wegomleidingen in een tijdsbestek van veertig minuten € 15,90 aan tol betalen.
Het gebied van Tempi waar we doorheen komen maakt gelukkig veel goed. Aan de rondweg langs Larissa valt er veel te shoppen. We zien o.a. Lidl, Spar, Makro, Ikea en Praktiker.
Tussendoor doen we nog een kumke koffie om half vier. Hollandse koffietijd hè.

Er wordt op veel plekken aan de weg gewerkt. Wat ons wel opvalt, is dat als er opeens een bord staat met een veranderde adviessnelheid, het dan wel heel goed is om je er aan te houden, zeker met een camper.
Hebben we in Nederland nog wel eens borden staan met een adviessnelheid waarbij je gerust enkele tientallen kilometers harder kunt, hier zou ik dat met een camper maar niet doen. Als er 40 staat dan kun je er donder op zeggen dat er een gevaarlijke bocht komt, of een wegversmalling of iets anders gevaarlijks.
Wat we onderweg ook regelmatig zien zijn onafgemaakte viaducten, of stukken weg die als een soort start- en landingsbaan langs de eigenlijke weg liggen, alsof de aannemer er na een half jaar achter kwam dat hij de verkeerde tekening had gebruikt, en ergens 10 kilometer verderop moest zijn.

Ondertussen passeren we Trikkala en komt het bizarre landschap rond Kalambaka in zicht. Gigantische stalagmieten die zomaar uit de bodem ontsproten lijken te zijn. Wat een bijzonder land toch dat Griekenland.
In Kalambaka gaat het omhoog naar de Meteora kloosters.
Een aantal jaren geleden hebben we ze ook bezocht. Het weer was toen echter bewolkt en regenachtig. Nu is dat helaas ook het geval maar we hopen dat het morgen beter is. Op de weg naar boven is er ongeveer halverwege een Hotel Taverne Arsenis. Daar kun je gratis met de camper overnachten. Het is wel een beetje de bedoeling dat je in het restaurant eet. Dat hebben we bij ons eerste bezoek jaren geleden ook gedaan.

De tent wordt gerund door Costas met zijn vader Dimitras achter de grill en zijn moeder ? in de keuken.
We staan nog met draaiende motor op de P van het guesthouse als Dimitras en Costas naar buiten komen om ons te verwelkomen. Vooral Costas’ verwelkoming is lichtelijk overdone zullen we maar zeggen. Terwijl we nog in de camper zitten rijkt hij ons de hand, stelt zich voor, wijst ons naar zijn idee de beste plek om te staan, vertelt en passant dat dit ‘the best restaurant is’.
Op zich allemaal niks mis mee natuurlijk, wij zijn zo te zien de enige gasten en hij moet er ook van leven.

Als we goed en wel staan, het is vijf uur, en ik iets verderop foto’s sta te maken, zie ik hem op zijn scooter aan komen rijden. Eerst stopt hij bij de camper om iets met Monique te overleggen, en dan stopt hij bij mij.
‘What do you want to eat?’. We wisten al van enkele jaren geleden dat alles bij hem ‘special from the house’ was. Dat is nu ‘the best’ geworden.
Het keuzemenu bestaat uit ‘Pork from the grill, the best’ en ‘Chicken from the grill, the best’.
Kijk, da’s makkelijk. Monique heeft voor de chicken gekozen, ik kies voor het varken. We kunnen nog kiezen hoe laat we aan tafel willen, half zeven of zeven uur. Zeven uur dan maar. Een Greek salad erbij (‘the best’) en op de vraag of hij nog van die lekkere Tzatziki heeft zegt hij……??? Juist, ‘the best’.
Daar gaat hij heen op zijn scooter. De berg op richting kloosters. Monique zegt ‘die gaat vast nog inkopen doen voor ons.’ Ik zeg ‘Nee, die gaat klanten zien te verzamelen onder de toeristen die nog bij de kloosters rondhangen.’
Ongeveer een half uur later zal ik gelijk blijken te krijgen. Daar komt Costas op scooter voorop met achter zich aan een lint van vier auto’s vol toeristen.
Nou, zijn we gelukkig niet de enigen om te eten. Echter vertrekken na 10 minuten de auto’s met inzittenden weer. Misschien was voor hen de menukeuze toch te beperkt?
Om zeven uur gaan we richting restaurant. Buiten staat Dimitras te grillen voor een gigantische soort open haard. Hij wenkt ons om naar de dierlijke delen op de grill te komen kijken die straks op ons bord komen te liggen. Dat hij het toeristenkunstje wel kent blijkt uit het feit dat hij een arm om me heen slaat en een pose aanneemt voordat Monique de camera amper uit haar zak heeft. Een takje basilicum heeft hij ook al klaar voor Monique.
Nadat we ons eten hebben begroet gaan we naar binnen. Met Costas die ons al heeft gezien en met de arm om mijn schouder geslagen ons naar binnen loodst. Welke tafel we moeten nemen is niet moeilijk. Er zijn er twee gedekt. Aan de ene zit een Amerikaans gezin te eten, en op de andere staan al een tzatziki, brood en Griekse salade klaar.
Wat we willen drinken? Witte wijn wil Monique. ‘Red wine is the best. From my father’ zegt Costas. Monique wil toch liever witte. ‘No, red wine. Is the best. From my father.’  Omdat we denken dat die discussie lang gaat duren, gaan we maar voor ‘the best’.

Costas zit naar de televisie te kijken. Of beter gezegd, naar de zijkant ervan. Aan elke kant van een grote tv, waarvan het beeld naar ons gericht is, staat een stoel. In de linkse zit Costas, met wij als beeld voor Costas. Af en te loopt hij langs de tafeltjes en vraagt ‘Food good? Is the best.’
De tzatziki is inderdaad geweldig en ook de Griekse salade is heerlijk vers. Vooral de zoet en zeer zacht smakende rode uit valt op.
Dan komen the pork en the chicken van de grill. Je kunt lullen wat je wilt maar het vlees is echt heerlijk gekruid en mals gegrild. De frietjes zijn zelf gemaakt, voor zover je zelf aardappels kunt maken natuurlijk.
We smullen echt.

Costas gaat de sfeer verhogen. We horen hem achter de bar, cq hotelreceptie, cq plaatselijk vvv-kantoor, cq dj-draaitafel rommelen, en horen een bepaald geluid wat al bijna van onze harde schijf is verdwenen: het geluid van cassettebandjes.
Costas de dj verhoogt de stemming met een soort van Griekse variant op onze BZN. Hij klapt ritmisch in zijn handen en vertelt over een beetje uit de hand gelopen eetpartij de vorige avond. Met Duitse en Franse hotelgasten en camperaars werd het drie uur in de nacht. ‘We drank Ouzo, we dansed. Was nice. The best.’ We hebben het idee dat hij vanavond dezelfde kant uit wil.

Af en toe komt hij naar onze tafel en wordt toch wel erg amicaal. Hij vindt het leuk om steeds de haren uit Monique’s gezicht te vegen en maakt bij mij hetzelfde gebaar, echter zonder de haren. Onder de woorden ‘my friend’ trekt hij in het voorbijgaan af en toe mijn hoofd tegen zijn borst aan.
Als de Amerikanen uitgegeten en naar hun hotelkamer zijn gegaan, en wij nog de enige gasten zijn in de ruimte, stelt hij voor om gezellig met zijn drieën een ouzo te drinken op de bank, na het eten.

‘Eentje dan’, zeggen we tegen elkaar, hoewel we er eigenlijk niet zo'n zin in hebben.
Op het tafeltje bij de bank zet hij 3 ouzo’s met ijs neer. Hij neemt zelf plaats in het midden van de bank en wil ons graag aan weerszijden. Nu word ik toch wel heel erg nieuwsgierig wat er allemaal in deze man omgaat. Hij pakt ons weer vast en omarmt ons stevig. Ik ben weer ‘his friend.’ Hij zoent ons op de hoofden en knuffelt ons overmatig.
Als ik vraag of hij getrouwd is en/of een vrouw heeft is hij opeens wat minder amicaal. Daar wil hij niet zoveel over zeggen. Ze is er wel, dat hebben we al gezien.

Als er twee Russen uit een hotelkamer in de eetzaal verschijnen om wat te eten voelt hij zich gestoord. Dat vonden wij eerlijk gezegd ook al…
We drinken de ouzo snel op, iets te snel naar zijn zin, en willen afrekenen. Eerst neemt hij ons dan nog mee naar een grote wandkast vol allerlei boeken over de kloosters. We kopen er één waar wel veel en goede informatie in staat. Hij heeft nog een andere kast met ansichtkaarten e.d.
Daarvan geeft hij een aantal mee om weer aan onze zussen en ouders te geven. Die moeten volgend jaar allemaal maar zijn hotel en restaurant aan doen. ‘The best’.

Een aparte man. Hij is niet dom, hij weet zo op te noemen hoeveel inwoners alle landen hebben, de top tien van de duurste steden ter wereld, weet hoe het Nederlandse koningshuis in elkaar zit, en nog meer van dat soort zaken.

Zakelijk is hij ook. Hij doet alles om klanten te winnen en zijn spulletjes te verkopen. Daar is niet veel mis mee.
Zijn amicaliteit vinden we echter een beetje nep, overdreven, en vervelend. Dat is geen professionele analyse maar puur zoals wij het voelen.

Tijdens het schrijven van dit verslag zijn er al weer wat dagen verstreken. Nog steeds is ons niet helemaal duidelijk wat er allemaal in deze man huist. Egocentrisch is iets wat wel al heel snel opkomt.
Voor de rest laten we onze mening er maar bij. Is ook niet belangrijk. Als je met de camper in de buurt komt kun je er in ieder geval prima overnachten en hartstikke goed en lekker eten, als is de keuze wat beperkt. Voor de rest vorm je eigen mening maar. Of niet.

We geven hem toch nog maar wat van onze tulpenbollen. Dat ze volgend voorjaar maar veel blijheid en kleur in zijn leven mogen brengen, de tjoelipa.
Overnachting bij Hotel Taverne Arsenis
Kalambaka
N 39°42’32” E 21°39’16”



mm2greece2011 weergeven op een grotere kaart

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen