woensdag 28 september 2011

bidden en preuts


Woensdag 28 september                                    
KM 49.678

Vanochtend ben ik wat eerder opgestaan dan Monique om nog wat te schrijven voor de blog. Als ik de jaloezieën aan de voorkant een stukje openschuif zie ik Pappas Gabriel de prullenbakjes op het parkeerterrein langs de waterkant legen. Ook vroeg bezig dus.
Monique staat rond half negen op en even later bakken we wat eieren met champignons voor het ontbijt. Een lekkere bak koffie erbij en we zijn weer helemaal bij de les.
Tijdens het ontbijt zien we Pappas Gabriel nogmaals voorbij lopen. Hij zwaait, en als we de deur openen vraagt hij of we ‘gut geschlafen haben’. Ja, das haben wir, und wir sprechen ab dat we straks op de Griekse koffie komen.

Tien uur is het zover. Omdat we gewend zijn dat ...
vooral de dames nogal goed bedekt moeten zijn als zij een Griekse kerk betreden doet Monique een kuis jurkje aan, een legging tot over/onder de knie, een vestje, en nog een sjaal die haar ontluikende borstjes moet bedekken. Laat de winter maar komen! Gelukkig waait er deze morgen een frisse wind.
Beste mensen, houd bovenstaande alinea even vast in je korte-termijn geheugen…

We lopen de 100 meter naar de kerk. Eigenlijk zijn het twee kerkjes. Die van 1100 n.chr. ligt achter die van 1400 n.chr.
Prachtige muurschilderingen zowel binnen als buiten de kerk, koperen en zilveren kandelaars, van hetzelfde materiaal fresco’s en schilderijlijsten, en stoeltjes en banken met sierlijk houtsnijwerk (hebben we het dan over ‘besneden stoelen’?). Rest nog dat we staan op een al even mooie stenen vloer.
Wat ons vooral opvalt is dat deze twee kerkjes en alles er omheen heel goed onderhouden en verzorgd zijn. Alles blinkt, zelfs de houten stoelen en de vloer glimmen. We hebben eerlijk gezegd nog nooit zo’n nette kerk gezien in Griekenland. Een we hebben er aardig wat gezien.
Na dit alles gezien en gefotografeerd te hebben, en uiteraard een paar kaarsjes te hebben opgestoken, gaan we op zoek naar Pappas Gabriel.
Die vinden we in eerste instantie niet. Monique gaat in de kloostertuin op zoek naar de oude pater met de grote grijze baard en de zwarte kazuifel en komt even later terug met een werkelijk prachtige jonge Griekse godin met strak T-shirt en joggingbroek. Zou Monique de pater gekust hebben??
Vasiliki, zo zal deze jongedame met de prachtige mond later blijken te heten. We zijn er allebei van onder de indruk.

OK, Vasiliki loopt dus voor ons uit op zoek naar de pater. Die is verderop op een heuvel bezig met de meloenen en de tomaten. Als we hier schrijven dat hij op een helling van ongeveer 45 graden (niet de temp) staat te werken dan overdrijven we niet. We houden ons hart vast als hij de helling af komt schuiven.
Zijn werkkledij bestaat uit een soort blauwe kazuifel – kleur ‘overal’ – die hij over zijn zwarte kazuifel draagt. Een kazuifeloveral dus. Zou de lokale Griekse Gamma die verkopen?

Hij vraagt vijf minuten tijd om zich te prepareren voor de koffie. En om de koffie zelf te prepareren natuurlijk. Ondertussen ziet hij ook de tulpenbollen die we op zijn tafeltje bij de ingang van zijn ‘kantoor’ hebben geplaatst.
We hebben uit Nederland een aantal kleine geschenkverpakkingen met tulpenbollen meegenomen, met daarbij de gebruiksaanwijzing vertaald naar het Grieks, en deze op een soort visitekaartjes van ons geprint. Dit leek ons wel een leuke aardigheid om te schenken aan wat mensen met wie we net even die klik hebben. Volgend voorjaar, als de bloemen uitkomen, hebben ze dan een soort tweede helft van cadeautje van ons.

‘Aha, Toelpen aus Holland!’. Papas verdwijnt er meteen mee naar binnen…

Wij gaan nog even de kerk in om Gabriel de tijd te geven. Ondertussen komen er een paar dames voorbij – type prostitué – die toch andere kledingnormen in gedachten hadden dan Monique, voordat ze deze kerk gingen bezoeken. Ik zie gelijk al (daar moet je man voor zijn denk ik) dat de dames ergens uit Oost-Europa komen. En met mijn blik verleid naar de ultrakorte rokjes van de dames kan ik mijn lange-termijn geheugen niet tegenhouden om ergens uit mijn lagere-school tijd een flauw mopje op te diepen: Wat is ‘minirokje’  in het Russisch? Antwoord: ‘siepoesnetnie’.
Ja melig, ik weet het. Tijd voor echte koffie. Griekse koffie dus.
Het tafeltje wordt gedekt buiten. Van vellen keukenrol maakt Gabriel servetjes. De fles water wordt ook op tafel gezet, en daar komt de bekende koffie in het bekende kannetje met steel.
De zoete koffie wordt geschonken in een soort espresso kopjes. Niet roeren, want de onderste helft is de koffiedrap. Monique, die niet zo van de hele sterke koffie is, vindt hem zelfs lekker.

Gedurende onze babbel in gebrekkig Duits (Van Gabriels kant dan, wir sprekken es auseraart vluuhend) komen we erachter dat Gabriel vroeger in Duitsland heeft gewerkt, in een leerlooierij. Dat was nog voor hij Pappas was. Hij is zelfs getrouwd, heeft kinderen, en ook al kleinkinderen.
Toen hij later Pappas was van deze kerkjes in Kastoria hield hij er ook een minicamping op na in de terrasvormige kloostertuin. ‘Geld von reiche menschen in meine lienkerzakke, geld von stoedenten ien meine rechterzakke, Pappas Gabriel kapietoeliest!. Dan nojjer chef ien dorf kommen, iech niecht meer campiengplats darfen, Pappas Gabriel jetst arm. Iech viel arbaiten jetst!”.
Dit alles sluit hij af met een knipoog.

Weten jullie nog van die alinea van die winteroutfit van Monique? Uit respect voor de kerk enzo?
Toen Pappas Gabriel vroeg waar we vandaan komen, en wij dus Holland antwoordden, zei hij: ‘Ah, Holland, viel mielch, frauen auch viel mielch!’. Daarbij met beide handen de bekende halve cirkel makend van onder de kin naar voren naar ergens boven de navel….
Ik zeg tegen Monique ‘trek jij nog effe een winterjas aan’.
Dan vraagt hij, zoals het elke goede priester betaamt, ‘haabt ier kiender?’
Als we ontkennen maakt hij een meewarend och-och-och geluid, en vraagt hij aan mij ‘wie komt? Dein masjien kapoet?’
Nee, deze priester is zeker niet de preutste.

Even later komen de Griekse godin Vasiliki en 2 tuinmannen bij ons aan het tafeltje zitten, want het is koffietijd.
De Grieken vragen van alles over ons en ons land, en dat is een mooie gelegenheid om van alles over hún land te vragen. Want hoe vinden de Grieken zelf dat het gaat?
Volgens deze drie Grieken zullen wij in het binnenland zelf niets merken van de crisis. Wel in Athene. Daar wordt gestaakt en gedemonstreerd.
Wij willen wel eens weten hoe het nu zit met de pensioenen. Want wij kennen toevallig mensen die bij het spoor werken die met hun 52-ste met pensioen gaan. Volgens Vasiliki gaan inderdaad mensen bij overheidsdiensten zoals leger, politie e.d. zeer vroeg met pensioen. Sowieso gaat er veel geld naar het leger zegt ze. Er moet steeds meer belasting betaald worden en uitkeringen worden gekort. Veel vooral jonge mensen zijn werkloos. Eén van de tuinmannen zegt dat er onder Grieken weer gesproken wordt om naar Australië te gaan om te werken. Er is al eerder een slechte tijd geweest in Griekenland (is er eigenlijk ooit een echt goede tijd geweest na Christus?) waardoor veel Grieken (vooral van Griekse eilanden) emigreerden naar vooral Australie. Die Grieken op Australië zeggen nu ook: ‘kom maar hierheen, hier is het goed’.
Zou er dan een nieuwe emigratiegolf op gang komen?
Volgens Vasiliki willen de meeste Grieken wel lid van de EU blijven. ‘Who is gonna trust and believe us again when we step out now?’.

Afijn, ons gesprek duurde nog wel even, maar het verhaal wordt al veel te lang. We gaan op pad.
We nemen afscheid van iedereen. Eerst nog de camper voltanken met water. Dit mag met de openbare kraan op het parkeerterrein van de kerk.
We rijden via de prachtige eenrichtings-rondweg verder tegen de klok in van het schiereiland rond de stad Kastoria. Heel apart. Kastoria is een soort champignon in het water, waarbij de stad zelf op de steel ligt en de champignon een mooi natuurgebied is met de rondweg langs het water die vooral sportief gebruikt wordt. Wandelaars, joggers, fietsers en vissers zijn de hoofdgebruikers.
Via de steel van de champignon gaan we op pad via o.a Trigogo, Florina, Amindeo.

Het eerste deel van de route is een bijzonder slechte haarspeldweg. We hebben nog geen asfaltweg gehad met zoveel kuilen en gaten als deze.
En toch is het weer allemaal prachtig. We zeggen vaak tegen elkaar ‘Noorwegen is prachtig, maar weten de mensen eigenlijk wel hoe overweldigend o.a. dit binnenland van Griekenland kan zijn?’
We zijn nog nooit zo noordelijk in Griekenland geweest, maar wat is het onvoorstelbaar en onverwacht mooi!
We zien nu voor het eerst verkeersborden waar gewaarschuwd wordt voor beren. Look, now we are talking! De verse berenstront hebben we een paar dagen geleden al gezien. Nu de beren zelf nog.


Het hoogtepunt van deze slechte weg is een nog veel slechtere brug die we over moeten om op de eigenlijke hoofdweg te komen naar Arnissa, want dat is ons doel.
Tja, die brug. Onze camper past er net op. Een ijzeren ding met houten planken diagonaal erop geslagen die echter voor een groot deel gedeeltelijk los liggen. Bij diverse planken steken de spijkers er centimeters uit, dus ik moet nog goed sturen om niet lek te rijden. Ik overweeg nog om Monique vooruit te laten lopen met een hamer maar gok het er maar op.Het lukt en we gaan weer verder.
We komen vlak langs een grensweg naar Albanië. Zonder vooroordelen uit te spreken, maar ons valt op dat diverse verkeersborden hier kogelgaten hebben. En niet zomaar van een luchtbuks maar gewoon een millimeter of negen. Dan rijdt ons ook nog een pickup voorbij met in de laadbak een vastgebonden dood enorm wild zwijn die ons vanuit zijn hiernamaals doordringend aan lijkt te kijken. Mét een bloem in zijn bek.
Mensen, mensen wat een dag!
Vlakbij Arnissa merken we dat we in een vruchtbaar gebied zijn gekomen. De appels hebben de overhand en de ene tractor na de andere komt ons tegemoet of halen we in. Hun aanhangwagens volgeladen met feestelijk gekleurde kratten die weer gevuld zijn met dieprode appels.

Aangekomen in Arnissa vinden we een plekje zowat midden in het dorp.
Er heerst een bedrijvigheid alom en het hele dorp lijkt zich bezig te houden met appels. Pickup-trucks en trekkers rijden af en aan. Staan er geen kratten appels achterin dan staan of zitten er wel appelplukkers in die van hun werk komen.

Een echt dorp. Iedereen schijnt elkaar te kennen. Mensen staan gewoon midden op het kruispunt te praten, zwerfhonden liggen midden op straat, het hele dorp lijkt naar de plaatselijke slager tegenover ons te gaan om met een gevuld plastic zakje naar buiten te komen, om na het eten weer fris gedoucht en aangekleed nog even naar de kroeg te gaan. En zo speelt zich de hele avond een echt dorpstafereel voor onze camper af.
We kijken de bedrijvigheid nog even aan en maken vervolgens zelf wat te eten. Er is ook hier weer Wifi internet dus dat geeft Monique mooi de gelegenheid om nu eens te googelen hoe ze die brug in Smurfs-Village moet bouwen op haar iPad.

Helaas komt ze daar niet achter en moe van de lange dag gaan we om een uur of elf slapen.
Waarbij ik beloof om voortaan niet meer van die lange dagverslagen te schrijven…

Overnachting in Arnissa
KM 49.810 
N 40.79385   E 21.83560

mm2greece2011 weergeven op een grotere kaart

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen